Tips voor de jeugdtrainer
Verslag cursus VT2-trainer CMV 2008 - 2009
1. De ideale trainer2. De ideale training
3. Lastige kinderen?
4. Warming-up
5. Onderhandse service
6. Onderhands
7. Bovenhands
8. methodiek smash voor mini's nivo 5-6
9. Floatservice
10. Verdedigen: de rol
1. De ideale trainer
Praatje - plaatje - daadjeProbeer geen lange verhalen te vertellen, kinderen pikken dit vaak toch niet op.
Ze hebben meer baat bij 'n voorbeeldje (plaatje).
Doe het zelf voor of laat iemand die het al kan voordoen.
Improviseren
Het aanpassen van trainingen als het niet goed loopt, of het uitbreiden van oefeningen als het te eenvoudig is.
Enthousiast
Sta zelf lekker enthousiast voor de groep. Motiveer de kinderen. Benadruk wat ze goed doen (Goed gelopen!!!! KEI goed!)
Analyseren
Kijk wat het kind wel of niet goed doet en probeer dit te veranderen.
2. De ideale training
Bewegen Zorg ervoor dat kinderen niet te lang in een rijtje stil staan. Hierdoor krijgen ze de tijd om elkaar te gaan vervelen. Als je toch met rijtjes werkt zorg dan voor een na-aktie zodat ze toch steeds in beweging blijven en er geen file-vorming ontstaat.Balcontact Veel balcontact, daar leren ze het meeste van. 1 tegen 1 of 2 tegen 2.
Variatie Oefening die niet leuk is en te lang duurt demotiveert de kinderen, afwisseling houdt ze bij de les!
Succesbeleving
Plezier
Techniek
* Aanleren Gebruik "keywords" zodat je alleen maar dat woord hoeft te roepen en dat de kinderen dan ook gelijk weten wat je bedoelt. * Herhalen Iedere keer weer hetzelfde verpakt in een andere oefening! Coördinatie
3. Lastige kinderen?
Wat te doen bij kinderen die "lastig" zijn? Is de oefening te moeilijk of te makkelijk? Geef ze extra opdrachten zodat ze geen tijd hebben om lastig te zijn. Positief behandelen, belonen als ze het goed doen (heel overdreven zodat iedereen het hoort!!!!!)Positief blijven!
4. Warming-up
Tikspel (diverse variaties)Maak 2 vakken, in ieder vak 1 tikker, als je getikt bent dan:
a) ga je naar het andere vak of
b) krijg je een opdracht met bal (b.v. onderhands toetsen)
Dribbelen
Dribbelen met afpakken
Dit kan ook met vakken zoals hierboven bij tikkertje. Iedereen mag bij elkaar de bal wegslaan/afpakken, is de bal afgepakt dan ga je buiten het vak een opdracht doen (b.v. onderhands voor jezelf opspelen)
Estafette met 2 tegen 2 (geen rijtjes, staan ze te lang stil)
speler 1 rolt bal naar hoepel (dus laag zitten en bal langzaam naar hoepel rollen), bij de hoepel aangekomen ga je in de hoepel staan en gooi je terug naar speler 2. Dan weer teruglopen / huppelen terwijl speler 2 nu rolt. Wie is het eerst terug naar 3x?
verdedigings warming-up vanaf nivo 4-5
Verdedig je eigen mat. Probeer bij elkaar de bal OP de mat te gooien. Komt de bal op jouw mat dan ben je af en komt iemand anders die naast de kant staat op jouw mat. Is er iemand af dan wordt er tevens van mat gewisseld, je wisselt met diegene die op de mat tegenover je staat.
Er wordt dus constant op en neer gerent (van mat gewisseld) en de bedoeling is dat je LAAG je mat verdedigd, anders ben je steeds af. Meerdere ballen gebruiken...
5. Onderhandse Serve
Tip: hakketene.Rechtshandige:
- bal op linkerhand laten liggen, NIET opgooien
- linkerbeen iets voor het rechterbeen
- door de knieën
- zwaaiarm moet gestrekt zijn
- naar voren hangen
Oefening serveren / pass (oefening vanaf nivo 3)
xB
xC
xA
x
x
A serveert naar B
B speelt onderhands naar C
C krijgt opdracht (bijvoorbeeld dribbelen tussen pionnen door, buiten het veld)
Doordraaien, bal achterna lopen, als C klaar is gaat hij in rijtje van A staan.
Hierdoor begin je met een rijtje maar door de na-actie (het dribbelen) krijg je geen filevorming bij A
Deze oefening kun je natuurlijk helemaal uitbreiden met b.v. vanggooi-beweging (nivo 4) of bovenhandse set-up (nivo 5-6)
6. Onderhands spelen
Onderhands pass techniek, rally pass.keywords:
- plankje
- weet niet houding
- schrede stand (voeten)
- knieën (door de knieën)
- ...
Vooractie voor uitleggen / de uitgangshouding:
vooorover,
handen op de knieën en dan laten hangen (als een aapje)
hoog op de benen
schouders naar voren
Verplaatsen:
handen los
rug naar achterlijn
"shuffle"
schouders blijven opgetrokken
Speelhouding:
Armen naast elkaar (vliegtuig) en recht
Schouders naar het net
Kin tussen armen (raakvlak dicht bij ogen)
Buik inhouden (net alsof je in de zee staat, er komt een golf aan en je wilt niet nat worden)
Voeten breed
Knieën licht gebogen
Balcontact:
onderarmen
licht naar voren brengen van de schouders
Na-actie:
nawijzen
uitstappen naar voren
Veel voorkomende fouten:
te laag tijdens de uitgangshouding (is verdedigen)
te passief (handen vast)
ellebogen krom (scheppen)
armen/schouders te dicht op het lichaam
Oefening naast elkaar passen
Kinderen hebben van nature de neiging om de bal naar elkaar toe te passen als ze naast elkaar staan i.p.v. naar voren. Hieronder een leuke oefening:
3-tal met net ertussen en hoepel op de midvoor.
2-tal naast elkaar om te passen, de 3e staat aan de andere kant van het net en gooit de bal in het veld.
1 van het 2-tal passt de bal, de andere loopt naar de hoepel en vangt de bal / speelt de bal omhoog of geeft set-up (ligt aan het nivo)
7. Bovenhands
keywords:
- kommetje
- nawijzen
- hoog pakken
- polsen
Technische oefening voor de pols:
individueel:
- met 2 handen stuiteren
- tegen de muur staan met ellebogen tegen de muur en dribbelen tegen de muur, is bal onder controle dan langzaam een stapje naar achteren (niet te ver van de muur want dan is het effect weer weg)
- op de bank liggen met ellebogen op de bank en dan met bal op grond stuiteren
meerdere:
rijtje achter elkaar gaan staan en bal boven het hoofd doorgeven en onder de benen doorgeven... eerst rustig daarna kun je er een spelletje van maken.
zitten of liggen tegenover elkaar en handen in kommetje OP de bal en dan wegduwen
oefening bovenhands spelen met accent uitstoten en nawijzen
4 tal, 2 aan iedere kant van het net, bovenhands spelen en bal achterna lopen.
oefening bovenhands spelen met accent set up van het net houden
4 tal, 2 aan iedere kant van het net.
2 tal speelt samen in 3-en, 1 voorin, 1 achterin en dan steeds wisselen
oefening bovenhands spelen met accent verplaatsen
2 Spelers beginnen ieder bij net, bal naar achter gooien, speler verplaatst zich naar achteren, maakt vanggooi beweging en speelt bal bovenhands terug. Speler loopt iedere keer terug naar het net.
Plukken
2 spelers staan naast elkaar,
speler1 gooit bal naar voren,
speler 2 laat bal 1x stuiteren,
loop om de bal,
plukt de bal en speelt de bal bovenhands terug
Achterover spelen
4-tal, waarvan er 2 in het midden staan zonder bal. De andere 2 hebben de bal en gooien tegelijkertijd de bal naar het midden waar de 2 spelers de bal vangen en hem achterover uitstoten.
8. Methodiek smash voor mini's
Aanloopvoor de rechtshandige:
links - rechts - links
kort - lang - kort
2e pas is de stuurpas
3e pas is de aansluitpas
armen:
voor - achter - hoog (gestrekte armen)
Denk aan het klapsysteem!
Leuke oefening:
Warming-up voor aanlooppas.
Zet achter elkaar een aantal banken met daarvoor 3 hoepels.
Voor 1e bank 3 hoepels.
Voor 2e bank 2 hoepels.
Voor 3e bank 1 hoepel.
Zodat ze uiteindelijk de aanlooppas zonder hoepel moeten kunnen maken.
Begin met 2 voeten in de 1e hoepel, dan aanlooppas, 3e hoepel aansluiten en met 2 voeten op de bank springen. Iedere bank 1 hoepel minder zodat ze uiteindelijk zonder hoepel de aanlooppas moeten doen. Laat ze eerst wennen aan de passen daarna volgen de armen.
Eventueel met klappen erbij!
oefening aanlooppas
Voor jezelf de bal opgooien, aanlooppas maken en bal op hoogste punt vangen.
Dit kan ook met 2-tal of 3-4 tal en net ertussen, met doordraaien.
Bal opgooien, aanlooppas, vangen en over het net gooien.
Vangen kan worden: met 2 handen doortippen en met 1 hand pushbal maken.
Handhouding smash
- de hele hand gaat over de bal heen, alle vingers raken de bal
- hand open
- pols klapt mee
Handhouding kun je oefenen met gooien.
Gebruik diverse soorten ballen.
Ook oefening met net: aanloop, bal over het net gooien (in bijvoorbeeld een hoepel)
Slag
vingers wijzen naar achteren (als de slag af is)
Elleboog moet boven de schouder.
Elleboog niet te ver van je oren.
Rechterschouder hoger dan de linker.
Rechterarm zwaait naast je rechterbeen.
9. Floatservice
Kenmerken: Bal dwarrelt doordat je 'm kort raaktUitgangspositie
Hand omhoog en strak open
Bal met 1 hand omhoog gooien
Linkervoet naar voren
Verplaatsing
Heup indraaien (mambo)
Speelhouding
Klein beetje opgooien
Balcontact
Kort, vingertoppen mogen bal NIET raken, je raakt de bal met je handpalm.
Vervolg
Hand weer terugtrekken (niet doorzwaaien)
10. Rollen
Stappenplan hoe leer je stap voor stap 'n kind rollen.stap 1
Leg 2 matten naast elkaar en laat het kind daar op de rug liggen. 1 arm gaat omhoog en het gezicht draait de andere kant op (dus niet naar de arm kijken die omhoog is). De trainer helpt het kind zo achterover rollen over de kant waar de je naar toe kijkt.
stap 2
Kind gaat op de hurken voor de mat zitten. 1 arm omhoog, kijk andere kant op en laat je achterover rollen. Benen gaan die kant op waar je naar toe kijkt. Trainer begeleid met het rollen.
stap 3
Kind gaat voor de mat staan, stapt uit, geeft trainer een hand (die staat dus voor het kind) en rollen
stap 4
Er ligt een bal in het midden van de mat. Kind gaat voor de mat staan, stapt uit, tikt de bal van de mat en rolt door (zonder hulp van de trainer). Trainer vangt de bal en gooit weer omhoog zodat kind na de rol ook nog in aktie moet komen om de bal te vangen
stap 5
Trainer gooit de bal aan en kind stapt uit speelt de bal en rolt door. Men kan nu rollen!!!!!
Leuke oefening nivo 4 t/m 6
3-tal draait rond met 'n hoepel.
Trainer gooit bal over het net, 3-tal laat hoepel los en zorgt dat de bal in 3-en terugkomt.
Ze moeten dus zelf bepalen / roepen wie de bal pakt.
De trainer kan uiteraard ook opdrachten geven wie welke bal pakt.
i.p.v. hoepel kun je ook in "polonaise" gaan staan en trainer roept van te voren wie welke bal pakt.
Club van 100 in vakken
Maak van 1 veld 4 vakken.
Iedereen begint in vak 1 met 'n bepaalde opdracht bijvoorbeeld 10x onderhands spelen.
Als dit gelukt is mogen ze naar vak 2 met 'n nieuwe opdracht: 20x onderhands spelen.
Als dit gelukt is mogen ze naar vak 3 met 'n nieuwe opdracht: 30x onderhands spelen.
etc. etc.
Behind the post / Bij de paal
Heb je 'n 3-tal of 5-tal, dus eigenlijk 1 te veel dan is dit de ideale oefening.
Je laat 1 tegen 1 of 2 tegen 2 spelen en 1 bij de paal staan.
Diegene die 'n fout maakt komt bij de paal staan en krijgt 'n punt.
Diegene met de minste punten is de winnaar.
Oefeningen voor vang-gooi nivo 4
Groepje rondom een korf.
Vang-gooi naar elkaar en na b.v. 3x bal in korf gooien.
Linksom en rechtsom gooien.
andere optie:
speler 1 gooit naar speler 2,
speler 2 gooit in korf en speler 3 probeert deze bal te vangen en gooit weer naar speler 1, die gooit weer in korf etc. etc.
Vanggooi achterwaarts
Je hebt 3 2-tallen, waarvan er 1 2-tal reserve staat.
tweetal 1 gooit bal naar tweetal 2
onderhands, vanggooi achterwaarts en BH over het net,
dan doordraaien van groepje 3 naar 2,
groepje 2 naar 1 en groepje 1 naar 3
Dit kun je eventueel uitbreiden met king of court, doorgaan tot de bal op de grond valt en dan pas doordraaien.
Game-like
Game-like is rally spel, doorgaan tot de bal op de grond valt.